Van tweeën één

Gisteren zag ik een man op een tandem. In zijn eentje.
Hij had het stuur ferm in handen en trapte voor twee. Het achterste zadel was leeg, het onbemande stuur stuurde zichzelf, het tweede paar trappers draaide eenzaam in het rond. Ze hadden iets aandoenlijks, die trappers, zo zonder voeten om hen aan te duwen.
De man deed alsof er niets aan de hand was. Alsof het heel gewoon was om alleen op een tweepersoonsfiets te rijden. Lekker ruim. Hij keek omhoog naar de lucht, waar een meeuw schel lachte. En keek achterom. Er zat nog steeds niemand op het tweede zadel.
Niemand die zacht een liedje floot in zijn oor.