Tuttig

Wat verandert er na een promotie? Niet veel, zo lijkt het op het eerste gezicht. Je man heeft nu een superbaan. Je gaat gewoon door met ontmoeten, reizen, glimlachen en wuiven, veel wuiven.
Je gaat op een kennismakingstournee terwijl iedereen je al kende (andersom is nooit het geval geweest en zal ook nooit het geval zijn). Je doet welwillend mee met kinderachtige spelletjes, net als vroeger.
Toch zijn er subtiele veranderingen. Je draagt nu altijd een hoed: soms tuttig, soms frivool (maar vaker tuttig). Je hebt je haar nooit meer los, tenminste niet in het openbaar. En als je echtgenoot spreekt, zwijg je en kijk je met je hoofd schuin naar hem op. Waar je vroeger met een enigszins spottende glimlach naar zijn speeches stond te luisteren, heb je nu een deemoedige blik in je ogen. De jaren vijftig zijn op zulke momenten teruggekeerd, met jou in de rol van gedienstige egaa. Mijn man weet zó veel – dát werk.
Je bent een plaatje, een decoratie, en je doet alsof je niet intelligent en scherp bent, alsof je geen eigen stem hebt.
Zo kun je toch geen rolmodel zijn? Al die meiden die zich naar jou modelleren, die moet je toch een beter voorbeeld geven?
Kom op, zet dat hoedje af en spreek. Wees spottend en slim, en stap uit het plaatje.