Pen en papier

Ik vond een opschrijfboekje van een paar jaar geleden. Aantekeningen voor een verhaal – wat een net handschrift! Beschaafde kleine letters, redelijk recht naast elkaar, heel goed leesbaar. Zo zou ik nu niet meer kunnen schrijven, zelfs niet met mijn leesbril op. Mijn huidige handschrift is chaotisch, groot, half afgemaakt, vaak onleesbaar. Het is het handschrift van iemand die nog maar heel weinig met de hand, met de pen op papier schrijft.
Dat is logisch – door veel te schrijven, oefen je de spieren in je hand en ben je in staat om nauwkeurig de letters te vormen. Wie nog maar weinig schrijft, merkt dan ook dat zijn hand snel moe is. Urenlang brieven schrijven, of aantekeningen maken bij een college? Ik zou het niet meer kunnen.
Er zijn mensen die beweren dat je gedachten zich anders vormen tijdens het fysieke schrijfproces dan tijdens het typen op een toetsenbord. Vroeger had ik een studiegenoot die daar onderzoek naar wilde doen. Waarin verschilt een boek dat met de hand is geschreven van een boek dat op de computer tot stand is gekomen? Zo’n onderzoek lijkt me onmogelijk, want hoe toets je het ene aan het andere? Maar omdat een pen-en-papier-tekst langzamer wordt geschreven, hebben veel mensen toch het idee dat die ook doordachter, meer afgewogen is.
Terwijl ik dit stukje op de computer tik, gaat de cursor heen en weer in de tekst. Ik delete woorden, vervang ze door andere, lees nog eens wat ik heb geschreven, vervang nog een woord, herformuleer een hele zin. Minder afgewogen, onzorgvuldiger? Dat lijkt me niet. Uiteindelijk gaat het niet om de manier waarop een tekst tot stand komt, maar om de intentie van de schrijver.