In het park

Sommige dingen stemmen droevig en vrolijk tegelijk.
Het park was op zijn mooist: alles sappig groen, rododendrons in felle kleuren, madeliefjes in het gras. Een gebogen kleine vrouw liep achter een wandelwagen. Zo’n vintage exemplaar, waar hippe ouders nu een moord voor doen. Ze was een beetje wankel, moest zich goed vasthouden aan de handvatten om niet om te vallen. Verstandige, platte schoenen, die langzaam over de lastige kiezels schoven.
In de wandelwagen zat een hondje van een onbestemd ras, wit met zwarte vlekken. Hij had een hemelsblauwe halsband met strass-steentjes om. Het hondje keek rustig om zich heen, hij was het gewend om als een prinsje gereden te worden.
“Hij kan niet meer lopen,” vertelde de oude dame. `Reumatiek, net als ik. Maar we gaan hier elke dag koffie drinken. Hebben we toch wat beweging.”
Ze schuifelde verder naar de uitspanning die verderop wachtte onder hoge kastanjebomen. Twee ganzen snelden met een hele stoet donzige kleintjes langs haar heen, op weg naar de vijver.