Hoe?

Hoe emotioneel was het voor je? Hoe blij waren jullie? Hoe rampzalig is deze situatie?
Heel gewone vragen van journalisten aan de mensen die ze interviewen.
Dit is het soort vragen dat je nu heel vaak hoort – gesloten vragen dus.
Hoe uitzonderlijk is dit? Hoe schandalig is deze affaire?
Het zijn vragen van iemand die al weet wat voor antwoord hij wil horen. Die niet open staat voor iets dat niet in de planning zit. Die van tevoren al heeft bepaalt hoe het gesprek moet verlopen. Nee zeg, alsjeblieft geen verrassingen.
“Hoe diep zit je in de put?” vraagt de radioreporter aan de voetballer die net heeft gehoord dat hij niet aan een buitenlandse club wordt verkocht.
Probeer als ondervraagde dan maar eens te antwoorden dat je helemaal niet in de put zit, dat je himmehoch jauchzend blij bent dat je gewoon in je eigen huis kunt blijven wonen. Je begint te stotteren dat dat wel meevalt, met dat in de put zitten, dat je het nog helemaal niet zo’n slecht besluit vindt.
Wat de luisteraar zich daarna van dit gesprekje herinnert, is dat de voetballer chagrijnig is omdat de transfer niet doorging. Omdat de man nooit de kans kreeg om te vertellen hoe blij hij is.
Gesloten vragen zijn precies dat: gesloten. Een stevige deur met een slot erop, waar niets van oprechte nieuwsgierigheid of dwarsheid doorheen kan waaien.
Hoe potsierlijk is dat?
En dat terwijl heel veel  luisteraars, kijkers, lezers zo graag eens verrast zouden worden door iemands echte verhaal, een verhaal dat niet van tevoren is uitgestippeld.
Hoe jammer is dat?