Apekool

Ik kan het niet laten, ook al zijn er onderwerpen die meer voor de hand liggen: het bizarre Groot Dictee bijvoorbeeld, of iets met mierzoete kerstliedjes, duurzame dennenbomen en hyperdrukke supermarkten. Nee, ik moet nu echt iets schrijven over het woord dat net te laat kwam om woord van het jaar te worden.
Apekool.
Uitgesproken als `apenkool’, met een nadrukkelijke `n’ en een Limburgse tongval door de directeur van KLM. Het was zijn reactie op de bezorgdheid van de mensen in blauw uniform over hun baan en het voortbestaan van het merk KLM. Twee keer achter elkaar sprak hij dat woord uit: aa – pennn – kool. Daarna zweeg hij even, voor nog meer nadruk.
Het is een woord dat je niet vaak hoort, een woord uit de jaren vijftig. Een woord dat je ook niet direct verwacht van een directeur van een miljoenenbedrijf. Apekool – dat is iets dat Van Agt vroeger had kunnen zeggen. Of het zou een uitroep kunnen zijn van een oppasoma tegen een stel stoute kinderen: `Hou op met die apekool!’
Ja, die laatste associatie, van die stoute kinderen, dat is precies de sfeer die om dit antieke woord heen hangt.
Er was goed over nagedacht, de directeur had het woord met zorg gekozen. Ik zag hem voor me: oefenend voor de spiegel, duidelijk articulerend, zonder ook maar een keer met zijn ogen te knipperen.
Door precies dit woord te gebruiken kon hij doorgaan voor een man uit één stuk, een man die weliswaar ietwat excentriek klonk, maar die wars was van wollige taal en die duidelijk zei waar het op stond.
Maar de onderliggende boodschap, voor iedereen hoorbaar, was een heel andere. Met dat `apekool’ zette hij het bezorgde personeel in de hoek als een stel stoute kinderen, die het politieke spel van de grote jongens bovendien totaal niet begrepen.
Hun zorgen en hun argumenten? Apekool!
Nooit gedacht dat een ouderwets kinderwoord zo malicieus kon klinken.